REEF geeft raad nieuwsbrief

Dit zijn wij, team REEF geeft raad, wij binden, wij boeien en geven iedere maand kennis op juridisch advies. 

onze kennis uw groei

Einde tijdelijke huurovereenkomst in zicht? 

De PvdA en de ChristenUnie hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend om een einde te maken aan de tijdelijke huurovereenkomsten voor zelfstandige woonruimten. Dit voorstel heeft nu een meerderheid gehaald in de Tweede Kamer, dit betekent dat nu de Eerste Kamer aan zet is om over het voorstel te oordelen.  

Op dit moment is het mogelijk om een zelfstandige woonruimte tot maximaal twee jaar tijdelijk te verhuren. Aanleiding voor het initiatiefvoorstel is dat de tijdelijke huur veel stress, onzekerheid en hoge verhuiskosten oplevert voor huurders en dat het een verdienmodel voor de verhuurders is geworden. Genoeg reden voor de partijen om een einde te maken aan de tijdelijke huurovereenkomsten. De regel zal wel enkele uitzonderingen kennen. Zo mag een verhuurder de huur wel tussentijds opzeggen als hij een woning verhuurt aan familieleden of als hij van plan is om op korte termijn zelf in de woning te gaan wonen. Daarnaast geldt het wetsvoorstel alleen voor zelfstandige woonruimtes. Dit betekent dat onzelfstandige woonruimtes, zoals een studentenkamer buiten de wet vallen en nog altijd voor tijdelijke duur kunnen worden verhuurd.  

Hoe dit verhaal zich zal vervolgen, zal nog moeten blijken. Wij houden u in ieder geval op de hoogte! 

Houd me op de hoogte

10-minutenregel 

Op 2 mei heeft het Hof zich uitgelaten over een zaak waarbij een werknemer altijd tien minuten voor aanvang van zijn dienst aanwezig moest zijn, deze tien minuten kreeg hij echter niet uitbetaald. De werkgever stelde dat deze tien minuten niet konden worden aangemerkt als betaalde arbeidstijd omdat de werknemer nog niet bezig was met zijn werkzaamheden.  

Op grond van de arbeidsovereenkomst van de werknemer is hij gebonden aan de Planningsregels van het bedrijf. Hieruit blijkt dat de werknemer zich tien minuten voorafgaand aan zijn dienst moet melden (de 10-minutenregel). In deze tien minuten kan hij verschillende programma’s opstarten en inloggen. Hierdoor zou de werknemer op het moment dat zijn dienst begint klaar staan om te beginnen met zijn werkzaamheden. Als de werknemer te laat klaar stond werd er automatisch een melding naar de supervisor gestuurd. Volgens het hof was dit een aanwijziging dat de werknemer daadwerkelijk voor zijn dienst aanwezig moest zijn en dit geen vrijblijvend advies was.  

De werkgever heeft nog aangevoerd dat in andere sectoren het ook gebruikelijk is dat werknemers onbetaald eerder aanwezig zijn. Dit heeft het oordeel van het Hof niet veranderd. Het Hof heeft uiteindelijk geoordeeld dat wanneer uit de arbeidsovereenkomst blijkt dat een werknemer geacht wordt voor een bepaalde tijd voor aanvang van zijn dienst aanwezig te zijn, deze minuten ook uitbetaald dienen te worden.  

Heeft u vragen over wanneer er sprake is van arbeid, en wanneer deze doorbetaald moet worden? Of wilt u meer weten over deze zaak? Neem dan vooral contact met ons op via onderstaande button.  

Ik wil meer weten

Meer informatie

Neem contact op met Marlou Savelkoul voor de mogelijkheden binnen uw organisatie.