De Omgevingswet bundelt tientallen wetten en honderden regelingen tot één samenhangend stelsel voor de fysieke leefomgeving. Maar om deze wet goed te laten functioneren, zijn er vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) die de praktische uitwerking regelen. Deze vier besluiten vormen samen het fundament waarop gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk hun omgevingsbeleid baseren.
Of je nu bij een gemeente werkt, als adviseur actief bent of als ondernemer te maken hebt met vergunningen: kennis van deze vier AMvB’s is essentieel. In dit artikel leggen we uit welke vier AMvB’s onder de Omgevingswet vallen, wat ze regelen en hoe ze in de praktijk samenwerken.
Wat zijn de 4 AMvB’s onder de Omgevingswet?
De vier AMvB’s onder de Omgevingswet zijn het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Samen geven deze vier besluiten invulling aan de regels uit de Omgevingswet en bepalen ze hoe overheden, bedrijven en burgers met de fysieke leefomgeving omgaan.
Het Omgevingsbesluit (Ob)
Het Omgevingsbesluit regelt de procedurele kant van de Omgevingswet. Hierin vind je bepalingen over wie welke taken en bevoegdheden heeft, hoe vergunningprocedures verlopen en welke eisen gelden voor milieueffectrapportages. Het Ob is daarmee het procesgerichte besluit dat de spelregels vastlegt.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het Bkl bevat de inhoudelijke normen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Denk aan omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, geluid en waterkwaliteit. Dit besluit richt zich vooral op overheden en bepaalt welke kwaliteitseisen zij moeten hanteren bij het opstellen van omgevingsplannen en het verlenen van vergunningen.
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Bal stelt regels voor milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten. Dit besluit is primair gericht op bedrijven en bepaalt onder welke voorwaarden zij activiteiten mogen uitvoeren. We gaan hier verderop uitgebreider op in.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Bbl bevat de technische eisen voor bouwwerken, zowel voor nieuwbouw als voor bestaande bouw. Dit besluit vervangt grotendeels het oude Bouwbesluit 2012 en regelt zaken als constructieve veiligheid, brandveiligheid, energieprestatie en bruikbaarheid van gebouwen.
Wat regelt het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)?
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regelt de rijksregels voor milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten en wateronttrekkingsactiviteiten. Het bepaalt welke activiteiten vergunningplichtig zijn, welke meldingsplichtig zijn en welke je zonder melding mag uitvoeren. Het Bal richt zich daarmee direct op bedrijven en initiatiefnemers die activiteiten willen ondernemen.
Milieubelastende activiteiten
Het Bal definieert welke activiteiten als milieubelastend worden beschouwd en welke regels daarvoor gelden. Dit varieert van industriële processen tot agrarische activiteiten en van horeca tot afvalverwerking. Per activiteit is vastgelegd welke algemene regels van toepassing zijn en wanneer een omgevingsvergunning nodig is.
De systematiek van het Bal werkt met een opsomming van specifieke activiteiten. Als jouw activiteit in het Bal staat, gelden de bijbehorende regels. Staat de activiteit er niet in, dan kunnen er alsnog regels gelden via het omgevingsplan van de gemeente.
Lozingen en wateractiviteiten
Naast milieubelastende activiteiten regelt het Bal ook lozingsactiviteiten op oppervlaktewater en in de bodem. Denk aan het lozen van afvalwater of het onttrekken van grondwater. Voor deze activiteiten bevat het Bal specifieke voorschriften die aansluiten bij de doelstellingen voor waterkwaliteit.
Wat is het verschil tussen het Bbl en het Bal?
Het belangrijkste verschil tussen het Bbl en het Bal is hun focus: het Bbl regelt technische eisen voor bouwwerken, terwijl het Bal regels stelt voor milieubelastende activiteiten. Het Bbl gaat over hoe je bouwt; het Bal over wat je doet en welke milieueffecten dat heeft.
Doelgroep en toepassingsgebied
Het Bbl richt zich op iedereen die bouwt, verbouwt of een bestaand bouwwerk in stand houdt. Of je nu een woning bouwt, een kantoor renoveert of een schuur plaatst: het Bbl bepaalt aan welke technische eisen het bouwwerk moet voldoen. Denk aan eisen voor constructie, brandveiligheid, ventilatie en energiezuinigheid.
Het Bal daarentegen richt zich op bedrijven en organisaties die activiteiten uitvoeren met mogelijke gevolgen voor het milieu. Een fabriek die chemische stoffen verwerkt, een transportbedrijf met een tankstation of een agrarisch bedrijf met mestopslag: zij hebben te maken met het Bal.
Overlap in de praktijk
In de praktijk kunnen het Bbl en het Bal allebei van toepassing zijn op hetzelfde project. Wanneer je bijvoorbeeld een bedrijfshal bouwt waarin milieubelastende activiteiten plaatsvinden, moet het gebouw voldoen aan de technische eisen uit het Bbl, terwijl de activiteiten in het gebouw onder het Bal vallen. Dit vraagt om een integrale benadering waarbij je beide besluiten in samenhang bekijkt.
Hoe werken de 4 AMvB’s samen in de praktijk?
De vier AMvB’s vormen een samenhangend stelsel waarbij elk besluit een eigen rol vervult. Het Omgevingsbesluit regelt de procedures, het Bkl stelt de kwaliteitsnormen, het Bal bepaalt de regels voor activiteiten en het Bbl bevat de bouwtechnische eisen. Samen zorgen ze voor een integrale benadering van de fysieke leefomgeving.
Een praktijkvoorbeeld
Stel, je wilt een nieuwe bedrijfslocatie ontwikkelen met productieactiviteiten. In dat geval krijg je met alle vier de AMvB’s te maken:
- Het Omgevingsbesluit bepaalt welke procedure je moet volgen voor de vergunningaanvraag.
- Het Bkl bevat de omgevingswaarden waaraan de locatie moet voldoen, zoals geluidsnormen.
- Het Bal regelt welke eisen gelden voor de productieactiviteiten en eventuele lozingen.
- Het Bbl stelt de technische eisen voor het bedrijfsgebouw dat je wilt bouwen.
De rol van het omgevingsplan
Naast de vier AMvB’s speelt het gemeentelijke omgevingsplan een belangrijke rol. Gemeenten kunnen in hun omgevingsplan aanvullende regels stellen of juist meer ruimte bieden dan de rijksregels. De AMvB’s vormen daarbij het landelijke kader waarbinnen gemeenten hun eigen beleidskeuzes maken.
Dit betekent dat je bij elk project niet alleen de vier AMvB’s moet raadplegen, maar ook het lokale omgevingsplan. De combinatie van rijksregels en lokale regels bepaalt uiteindelijk wat er mogelijk is op een specifieke locatie.
Hoe REEF helpt met de Omgevingswet
Bij REEF beschikken we over specialistische expertise op het gebied van omgevingsrecht en ruimtelijke ordening. Onze professionals ondersteunen overheden en organisaties bij het werken met de Omgevingswet en de bijbehorende AMvB’s. We bieden praktische hulp die aansluit bij jouw specifieke situatie.
Onze ondersteuning omvat onder meer:
- Advisering over de toepassing van het Bal, Bbl, Bkl en het Omgevingsbesluit
- Begeleiding bij vergunningtrajecten en omgevingsplanprocedures
- Projectmanagement voor complexe ruimtelijke ontwikkelingen
- Kennisdeling en training over het nieuwe omgevingsrecht
- Interimondersteuning voor gemeenten en provincies
Wil je weten hoe wij jouw organisatie kunnen ondersteunen bij vraagstukken rondom de Omgevingswet? Neem contact met ons op voor een gesprek over de mogelijkheden.