Zoek Alle vacatures

Niet voltooide machine


‘Niet voltooide machine’

door REEF-projectspecialist Ronald Bolhuis

Op 29 december 2009 is het doek definitief over de 98/37/EG gevallen en trad de nieuwe Machinerichtlijn 2006/42/EG in werking.

Vanaf nu moeten de leverancier van zogeheten ‘niet voltooide machines’ en zijn installateurs  aan een stuk hogere eisen voldoen dan voorheen het geval was.
Wat houdt een ‘niet voltooide machine’ in en wat zijn de gevolgen? In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan.

Definitie “niet voltooide machine’

In Artikel 2(g) van de Machinerichtlijn staat de volgende definitie:

„Niet voltooide machine”: een samenstel dat bijna een machine vormt maar dat niet zelfstandig een bepaalde toepassing kan realiseren. Bijvoorbeeld een aandrijfsysteem is een niet voltooide machine. Een niet voltooide machine is slechts bedoeld om te worden ingebouwd in of te worden samengebouwd met een of meer andere machines of andere niet voltooide machine(s) of uitrusting, tot een machine waarop deze richtlijn van toepassing is.

Onder Artikel 2a (vierde streep) wordt een ‘niet voltooide machine’ genoemd in samenhang met voltooide machines:

Samenstellen van machines als bedoeld onder het eerste, tweede en derde streepje, en/of niet voltooide machines als bedoeld onder g) die, teneinde tot hetzelfde resultaat te komen, zodanig zijn opgesteld en worden bestuurd
dat zij als één geheel functioneren.

Deze laatste definitie houdt in dat een groep van machine units of niet voltooide machines als een samengestelde machine gezien kan worden, als aan de volgende voorwaarden wordt voldoen:
- de samengestelde units hebben een gezamenlijke functie, bijvoorbeeld het produceren van een product.
- de units functioneel zodanig aan elkaar gekoppeld, dat de werking van de ene unit de werking van de volgende unit beïnvloed.
- ze hebben een gezamenlijk bedieningssysteem.

Technisch Constructie Dossier ‘niet voltooide machine’

‘Niet voltooide machines en –systemen’, zoals complete aandrijf- en besturingsunits, worden na levering geïnstalleerd in bijvoorbeeld uitgebreide productielijnen of eindmachines.
In de vorige Machinerichtlijn 98/37/EG worden deze nog aangeduid als II-B-machines, onder de nieuwe richtlijn (2006/42/EG) worden het ‘niet voltooide machines'. De leverancier van dergelijke systemen zal voortaan, net als de bouwer van ‘stand alone' machines en productie-installaties, samen met zijn installateur een risicobeoordeling moeten uitvoeren, een technisch dossier moeten samenstellen en een inbouwverklaring moeten afgeven.

In artikel 13 van de Machinerichtlijn is exact omschreven, welke zaken de fabrikant, voor hij een niet-voltooide machine in de handel brengt, op orde moet hebben. Hierbij horen volledig gedetailleerde tekeningen, de documentatie over de risico- analyse, de toegepaste normen en in een voorkomend geval de diverse verklaringen (zie bijlage VII, deel B). Dit alles wordt aangevuld met een exemplaar de montagehandleiding (bijlage VI) en een inbouwverklaring (bijlage II, deel I, onder B).

‘Niet voltooide machines’ kunnen niet CE gemarkeerd te worden.
Degene, die verantwoordelijk is voor de eindmachine of productielijn, moet de volledige procedure voor het CE markeren uiteindelijk uitvoeren.


Bijlage VII deel B:technisch constructie dossier

In deze bijlage is exact weergegeven wat de relevante technische documenten voor de II-B machines zijn. Een van de noodzakelijke elementen is een overzichtsplan van de niet-voltooide machine samen met de tekeningen van de besturings-schakeling.
Al even onontbeerlijk zijn tekeningen, eventueel aangevuld met berekeningen, testresultaten. Met andere woorden alle data aan de hand waarvan men kan nagaan of de niet-voltooide machine voldoet aan de toegepaste essentiële gezondheid- en veiligheidseisen.
Verplichte gegevens zijn:
• de essentiële gezondheid- en veiligheidseisen van de richtlijn die van toepassing en vervuld zijn
• beschrijving van de bescher¬mende maatregelen die zijn toegepast
• de normen en technische specifi¬caties, die zijn toegepast
• technische verslagen met de resultaten van proeven, die door de fabrikant of zijn gemachtigde, zijn uitgevoerd
• kopie van de montagehandleiding van de niet-voltooide machine

Al deze gegevens moet u bewaren tot 10 jaar na de bouwdatum van de niet-voltooide machine. Gaat het om productie series, dan geldt een periode tot 10 jaar na de laatst geproduceerde eenheid.

Bijlage VI, montagehandleiding

De montagehandleiding moet helpen bij een veilige montage van de niet-voltooide machine. Daarom bevat de handleiding in hoofdzaak de voorwaarden voor een correcte assemblage met de uiteindelijke machine. Wat de taal betreft, moet men zich aan twee voorwaarden houden. Enerzijds zijn alleen de talen toegestaan die binnen de Europese Gemeenschap worden gebruikt en officieel zijn erkend. Dat zijn er 23. Anderzijds mag men enkel een taal kiezen, die aanvaardbaar is voor de fabrikant van de productielijn, waarin de niet-voltooide machine wordt ingebouwd. In sommige gevallen is dat de eindgebruiker.

Bijlage II-B, inbouwverklaring

Hierbij de verplichte punten, die in de inbouwverklaring moeten worden vermeld:
• firmanaam en volledig adres van de fabrikant van de niet-voltooide machine
• naam en adres van diegene die gemachtigd is om de relevante technische documenten samen te stellen (moet in de EG gevestigd zijn)
• beschrijving en identificatie van de niet-voltooide machine (functie, model, serienummer ...)
• een argumentatie voor de keuze van de toegepaste, essentiële eisen
• een verbintenis om op verzoek van de nationale autoriteiten de relevante informatie over de niet-voltooide machine door te geven
• een verklaring dat de niet-voltooide machine niet in bedrijf mag worden genomen voor de complete machine over een verklaring van overeenstemming beschikt
• plaats en datum van opstelling van de verklaring
• identiteit ondertekenaar verklaring


Samenstellen van machines
De persoon, die een aantal machines samenstelt, wordt gezien als fabrikant en is zodoende verantwoordelijk voor de CE markering procedure, die zorgt dat de gehele samenstelling niet alleen op basis van ontwerp, maar ook op basis van onderlinge interactie, Ronald Bolhuisvoldoet aan de gezondheid- en veiligheidseisen van de Machinerichtlijn.
Een fabrikant van een samenstel van machines stelt een II-A verklaring op en brengt de CE markering aan.
Zorg ervoor dat van te voren contractueel goed is vastgelegd, wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor de algehele CE markering van een samenstel van machines.

Auteur: Ronald Bolhuis
Bron: Guide to application of the Machinery Directive 2006/42/EC

Terug
Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Instellingen Direct Accepteren
sluiten