Zoek Alle vacatures

De Implementatie van de BAG

De BAG bevat gegevens over adressen en gebouwen zoals:
•  panden, verblijfsobjecten en (semi-) permanente stand- en ligplaatsen
•  alle woonplaatsen, straatnamen en nummeraanduidingen
 
Maar liefst 90 % van de gemeenten is het niet gelukt hun BAG per 1 juli 2009 op te leveren. Nog niet aangesloten gemeenten worden door het Ministerie van VROM gemaand hun BAG zo spoedig mogelijk na deze datum te realiseren. Berichtgeving over het verschuiven van de deadline voor gemeenten is onjuist. De wettelijke verplichting om de aansluiting per 1 juli 2009 te realiseren blijft onveranderd overeind. Inmiddels hebben wel meer dan 200 gemeenten de aansluittoets doorlopen, woonplaatscodes zijn aan ruim 300 gemeenten uitgereikt en hebben 3 gemeenten hun BAG afgerond en zijn aangesloten op de Landelijke Voorziening.

Het aansluitproces op deze Landelijke Voorziening is het laatste deel van het BAG implementatietraject en bestaat uit de volgende stappen:
• Aansluittoets;
• Zelfcontrole Techniek met als resultaat 0 fout;
• Zelfcontrole Kwaliteit in aanwezigheid van een BAG expert;
• Toelatingsaudit;
• Technisch aansluiten.

Ruim driekwart van de gemeenten (82%) is al wel gestart met het opbouwen van de Basisregistratie Adressen en Basis Gebouwenregistratie. Negen procent is begonnen met alleen de opbouw van de Basisregistratie Adressen en één procent met alleen de Basis Gebouwenregistratie. Acht procent van de gemeenten is nog niet gestart.

Vierenveertig procent van de gemeenten organiseert het werk in eigen beheer. Tweeënveertig procent werkt samen met een externe partij. Elf procent geeft aan de opbouw op een andere manier te organiseren. Dit gebeurt vooral in een regionale samenwerking (uitbesteed of zelfstandig uitgevoerd).
Veel gemeenten zijn dus nog druk bezig met het behalen van de eisen die de Wet BAG stelt aan de gemeentelijke gebouwen- en adressenregistraties.

Vanaf 1 juli 2011 moeten de BAG gegevens worden gebruikt in alle overheidstoepassingen; niet alleen gemeenten moeten gebruik maken van de BAG, ook alle andere overheden moeten dan de aansluiting gerealiseerd hebben.  

1. Waardoor wordt de vertraging veroorzaakt?

Door de grote hoeveelheid gegevens (bouwvergunnningen, adresgegevens, kadastrale kaarten etc.) zien gemeenten door de bomen het bos niet meer. Aangelegde bronbestanden moeten overeenkomen met de praktijk. Hiervoor is veel onderzoek nodig, zoals het controleren van bouwvergunningen en het controleren van de feitelijke situatie in het veld.

Bovendien dient er samengewerkt te worden door de verschillende afdelingen die allen in meer of mindere mate betrokken zijn bij de implementatie van de BAG. De afdelingen Bouw- en Woningtoezicht (BWT), Belastingen (WOZ), Geo-informatie (GEO) en Informatie- en Communicatie Technologie (ICT) zijn het meest betrokken. Bij de overige afdelingen worden voornamelijk de afdelingen Informatie Management, Ruimtelijke Ordening en Archief genoemd.

 

2.  Hoe kunnen gemeenten alsnog zo snel mogelijk aansluiten op de Landelijke Voorziening?

Het begint met (het herzien van de bestaande) planning. Op basis hiervan kan de gemeente beslissen over het vervolgtraject.

Op de eerste plaats dient een initieel referentiebestand voor Adressen en Gebouwen met de beschikbare gegevens binnen de gemeente aangemaakt te worden. Aan de hand van een uitgewerkt stappenplan kunnen de overeenkomsten en de verschillen in beeld gebracht worden, zowel administratief als geografisch. Dit dient verwerkt te worden tot een zo optimaal mogelijk gevuld BAG-referentiebestand.

Met dit BAG-referentiebestand is er inzicht in wat er nog moet gebeuren om de ontbrekende gegevens aan te vullen tot de authentieke registraties. Vervolgens moeten de gegevens in de bronbestanden consistent gemaakt worden met de uiteindelijke BRA en BGR. Daarnaast moeten de bijgehorende procedures binnen de gemeente worden gestroomlijnd om de BAG up to date te houden.

Dit vraagt om een projectmatige aanpak door de gemeenten. Niet altijd is de flexibiliteit en expertise (ook gezien procesgang) in huis aanwezig om deze projecten tot een goed resultaat te brengen omdat de dagelijkse werkzaamheden doorgang moeten vinden. Flexibiliteit en prioriteitstelling is gewenst en de juiste expertise wordt projectmatig ingehuurd. REEF werkt hierin samen met diverse gemeenten en brengt de benodigde kennis of capaciteit in huis om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen.

Voor meer informatie over de dienstverlening van REEF kunt u contact opnemen met mevrouw Eelke van der Heijden via telefoonnummer 040 29 46 888 of 06 557 029 26 of per e-mail e.vanderheijden@reefbv.nl

Terug
Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Instellingen Direct Accepteren
sluiten