Zoek Alle vacatures

Bijeenkomst WWB, Maatregelen en Participatiewet

Door: REEF / 13 oktober 2014 / Sociaal en juridisch

Vanaf kalenderjaar 2015 staan er een aantal wijzigingen te wachten welke door de overheid ingevoerd worden, zo ook bij de Wet Werk en Bijstand. Enkele belangrijke vernieuwingen zijn de aanscherping van de arbeidsverplichtingen en de tegenprestatie, de kostendelersnorm en de nieuwe participatiewet. REEF-projectspecialisten van de divisie Recht deelden over deze wijzigingen, o.l.v. Mark Cornelissen van De Wijsmaker, kennis tijdens de REEF-deelt-kennis-bijeenkomst.

Bij de aanscherping van de arbeidsverplichtingen en het verrichten van een tegenprestatie door de uitkeringsgerechtigde is het niet meer mogelijk om tijdelijke ontheffing te verlenen voor re-integratie. Ook wordt de tegenprestatie aangescherpt.

De kostendelersnorm wordt ingevoerd en wordt vastgesteld door een formule. Deze norm gaat voor iedereen gelden met een bijstandsuitkering die deel uitmaakt van een huishouden met andere meerderjarigen, ongeacht of deze familieleden of derden van betrokkene zijn.

De nieuwe participatiewet zorgt ervoor dat zoveel mogelijk burgers met een arbeidsbeperking aan werk worden geholpen. Deze wet heeft tot gevolg dat gemeenten er nieuwe doelgroepen bij krijgen waarvoor zijn verantwoordelijk worden.

Onderstaand de terugblik op deze bijeenkomst van REEF-projectspecialist Serge Karsseboom.

Terugblik op bijeenkomst WWB, Maatregelen en Participatiewet

Serge Karsseboom | REEF-projectspecialistREEF-projectspecialist Serge KarsseboomDe nieuwe Participatiewet, de Wet Werk en Zekerheid, de Kostendelersnorm, de vereenvoudiging kindregelingen, de tegenprestatie en de aanscherping van de arbeidsverplichtingen...Enkele aankomende wijzigingen die ons te wachten staan vanaf het kalenderjaar 2015 welke door de overheid worden ingevoerd. Als gevolg van het beschikken over minder financiële middelen, een lagere werkgelegenheid en de toename van de werkloosheid, neemt het beroep op ons sociale zekerheidsstelsel door de burger toe. Om ons socialezekerheidssysteem in stand en betaalbaar te houden, ook voor de toekomst, zijn deze ingrijpende maatregelen en hervormingen dan ook noodzakelijk.

In het kader van de decentralisatie en de genoemde wijzigingen worden een groot aantal taken en verantwoordelijkheden binnen het sociaal domein welke op rijks- en provinciaal niveau liggen, verschoven naar de lokale overheid. Naast jeugdzorg en zorg aan langdurig zieken en ouderen geldt dit ook voor werk en inkomen. Dit betekent dan ook dat gemeenten voor een nieuwe uitdaging komen te staan:

Hoe gaan wij ons beleid opstellen? Hoe gaan wij onze werkprocessen inrichten? Hoe zit het met onze gemeentelijke organisatie en de formatie? Hebben wij voldoende kennis en kunde in huis of zoeken wij nieuwe expertise? Maar ook: Welke gevolgen hebben al deze veranderingen voor de burger en welke dienstverlening kan zij straks van de lokale overheid verwachten? Hoe gaan wij vervolgens deze dienstverlening vormgeven?

Een groot aantal REEF-specialisten van de divisie Recht, welke verschillende functies en rechtsposities bekleden binnen de (lokale) overheid op het terrein van Werk en Inkomen, hebben met al deze ontwikkelingen van doen. Om onze klant, de (lokale) overheid goed te kunnen faciliteren en kwaliteit te kunnen bieden op de diverse projecten, heeft er onlangs de bijeenkomst ‘WWB, Maatregelen en Participatiewet’ plaatsgevonden in samenwerking met De Wijsmaker o.l.v. Mark Cornelissen. Gedurende deze bijeenkomst zijn de belangrijkste wettelijke regelingen onder de loep genomen en zijn er diverse genoemde vraagstukken en onderwerpen aan bod gekomen.

De Wet Werk en Bijstand stond deze dag centraal waarbij het accent lag op 3 belangrijke vernieuwingen waarover kennis werd gedeeld met de specialisten.

Aanscherping arbeidsverplichtingen en tegenprestatie

Op de eerste plaats de aanscherping van de arbeidsverplichtingen en het verrichten van een tegenprestatie door de uitkeringsgerechtigde. De burger die een beroep doet op bijstand dient niet alleen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen maar ook deze te behouden. De arbeidsverplichingen staan vermeld in artikel 9 van de Wet Werk en Bijstand en zal dan ook op dit punt worden aangepast. Een tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen kan gegeven worden, en blijft mogelijk, indien de situatie van de uitkeringsgerechtigde daar aanleiding toe geeft. Daarentegen zal artikel 9 worden aangepast waarbij het niet meer mogelijk wordt om tijdelijke ontheffing te verlenen voor re-integratie. Het betreft hier artikel 9 lid 2 onderdeel B. Hiermee valt samen dat de tegenprestatie aangescherpt wordt. De praktijk leert dat veel gemeenten tot op heden hier niet de prioriteit hebben liggen. Gemeenteraden krijgen dan ook min of meer opgelegd om bij verordening regels vast te leggen over het opdragen van een tegenprestatie. De colleges zullen hier dan ook uitvoering aan moeten geven en beleid ontwikkelen om dit mogeljik te maken. De wetgever beoogt met deze wijzigingen dat uitkeringsgerechtigden iets 'doen' voor de uitkering en altijd actief dienen te zijn op het gebied van activering. Dit betekent logischerwijs dan ook een actievere rol van de consulent of casemanager binnen de afdelingen werk en inkomen.

Kostendelersnorm

Daarnaast doet de kostendelersnorm zijn intrede. Deze gaat voor een ieder gelden met een bijstandsuitkering die deel uitmaakt van een huishouden met andere meerderjarigen, ongeacht of deze familieleden of derden van betrokkene zijn. Wat centraal staat is dat er een individueel recht bestaat op bijstand en dat bij de bepaling van de normhoogte rekening wordt gehouden met de kostenvoordelen die er zijn als er meerdere meerderjarigen samen een huishouding voeren. Voor het vaststellen van de kostendelersnorm is een formule ontwikkeld welke luidt: ((40% + A x 30%) : A ) x B Waarbij 'A' in deze het totaal aantal meerderjarige personen betreft en 'B' de rekennorm (geldende bijstandsnorm). Enkele rekenvoorbeelden zijn in de bijeenkomst de revue gepasseerd ter illustratie. Voor de burger die reeds een bijstandsuitkering van de gemeente ontvangt, geldt het zogenaamde overgangsrecht voor de duur van 6 maanden. Bij dit overgangsrecht kostendelersnorm zijn 2 criteria van toepassing: De belanghebbende ontvangt op peildatum 31 december 2014 een uitkering én heeft op deze datum met een of meerdere meerderjarige personen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning.

Nieuwe participatiewet

De nieuwe participatiewet gaat per januari 2015 van kracht. Gedachte achter deze wet is zoveel mogelijk burgers met een arbeidsbeperking aan werk helpen en om de kansen op arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een arbeidsbeperking op lange termijn te verbeteren. Dit betekent dan ook dat gemeenten nieuwe doelgroepen erbij gaan krijgen waarvoor zijn verantwoordelijk worden: Uitkeringsgerechtigden in een aantal genoemde artikelen van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van deze persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie is verleend. De gemeenten worden ook verantwoordelijk voor participatie van de IOAW'ers en IOAZ'ers welke al onder hen vallen.

WAJONG en WSW: De Wajong-uitkeringsgerechtigden welke volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, blijven onder de verantwoordelijkheid van het UWV. Voor de overige groepen geldt dat zij onder de verantwoordelijkheid van de gemeente gaan vallen. Het zittend bestand wordt herbeoordeeld waarbij Wajongers met arbeidsvermogen een verlaagde norm van 70% gaan ontvangen per 1 januari 2018. De burger welke vanaf janauri 2015 een beroep doet op de Wajong en niet volledig duurzaam arbeidsongeschikt wordt verklaard valt daarmee onder de participatiewet. Voor de WSW geldt dat de instroom stopt met ingang van het komende kalenderjaar waarbij het zittend bestand zijn wettelijke rechten en plichten blijft behouden. De burger welke op 31 december 2014 wsw-geïndiceerd is valt daarmee automatisch onder de participatiewet.

Omdat de REEF-specialisten op diverse projecten actief zijn en dus in de praktijk staan, is er ruimte geboden voor eigen inbreng. Naar aanleiding van de verschillende onderwerpen en thema’s die in blokken behandeld werden, was er gelegenheid om eigen praktijkervaring, mening of zienswijze in te brengen. Gelet op alle komende veranderingen binnen de overheid op korte termijn wat een grote hoeveelheid aan nieuwe kennis met zich meebrengt, heeft deze mix van theoretische kennis en praktijkervaring in mijn ogen ervoor gezorgd dat het vrij behapbaar is wat in de bijeeenkomst behandeld is.

Er staat ons heel wat te wachten, er komt heel wat op ons af, maar met de verkregen bagage in deze bijeenkomst kunnen wij zeker met goede moed en vertrouwen onze klant tegemoet treden en met raad en daad bijstaan met deze verworven kennis!

Terug
Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies.
Bekijk ons cookiebeleid.