Zoek Alle vacatures

ambtenarenrecht: hoofdstuk 3 CAR-UWO

Door: REEF / 08 juli 2015 / Sociaal en juridisch

Het zal u niet ontgaan zijn dat per 1 januari 2016 hoofdstuk 3 van de CAR-UWO gaat veranderen. In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2013-2015 hebben partijen in het LOGA afspraken gemaakt over een geheel vernieuwd beloningshoofdstuk in de CAR. In de tweede helft van 2015 zal in het LOGA een gereviseerde tekst van de CAR-UWO met bijbehorende toelichting worden vastgesteld, waarin oude begrippen zijn vervangen en verwijzingen zijn aangepast aan de nieuwe situatie. Deze nieuwe tekst zal, met als ingangsdatum 1 januari 2016, lokaal door het college of dagelijks bestuur moeten worden vastgesteld.
 
De belangrijkste veranderingen betreffen:
-            Het integreren van de lokale bezoldigingsverordening in hoofdstuk 3 van de CAR;
-            Het niet langer hanteren van het begrip bezoldiging;
-            Het laten vervallen van gedetailleerde aanwijzingen voor de uitvoering.
 
Het doel van het nieuwe beloningshoofdstuk is vereenvoudiging, harmonisering en modernisering. Dat neemt niet weg dat het invoeren van gelijke arbeidsvoorwaarden het onvermijdelijke gevolg zal hebben dat in sommige gemeenten individuele medewerkers er op achteruitgaan als er geen aanvullende afspraken worden gemaakt. Om een ongerechtvaardigde inkomensachteruitgang van zittende medewerkers te voorkomen, hebben LOGA partijen overgangsrecht vastgesteld. Dit overgangsrecht is vastgelegd in het cao-akkoord en moet ook (tijdelijk) in de rechtspositieregeling worden opgenomen omdat medewerkers er rechten aan kunnen ontlenen. Voor dit overgangsrecht dient er gekeken te worden naar het totale pakket aan salaris en voorwaarden. Gaat de medewerker er dan nog op achteruit, dan pas wordt er aangevuld.

Invulling op lokaal niveau

Naast het overgangsrecht biedt het nieuwe hoofdstuk ook verschillende onderdelen die invulling in lokale beleidsvorming krijgen. Ondanks dat het hoofdstuk een standaardkarakter heeft is er namelijk nog wel differentiatie in arbeidsvoorwaarden mogelijk. Hiertoe zijn 2 type bepalingen:

-       Kanbepalingen.
-       Bandbreedtebepalingen.

Bij de kanbepalingen (artikelen 3:14, 3:15, 3:20 en 3:22) heeft het college de vrijheid om de betreffende arbeidsvoorwaarde wel of niet toe te passen, en áls dat het geval is, vast te stellen onder welke voorwaarden en op welke wijze dat gebeurt. Dit betekent dat de ambtenaar aan deze bepalingen, zonder aanvullende besluitvorming van het college, geen rechten kan ontlenen.
 
Daarnaast bevat hoofdstuk 3 ‘bandbreedtebepalingen’, waar de ambtenaar - die aan de voorwaarden voldoet - wél rechten aan kan ontlenen. Ten aanzien van de bandbreedtebepalingen hebben LOGA-partijen een bandbreedte afgesproken, die op lokaal niveau nader kan worden ingevuld. Zo is bijvoorbeeld in artikel 3:8 met betrekking tot de functioneringstoelage geregeld dat deze maximaal 10% van het salaris bedraagt en voor een periode van maximaal een jaar wordt toegekend.

Juridische gevolgen: Bezwaar en beroep

Uw medewerkers kunnen tegen besluiten in bezwaar en beroep gaan. Het is dan belangrijk dat een besluit in het kader van hoofdstuk 3 goed gemotiveerd wordt. Ook raden wij aan om de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen en een bezwaarclausule op te nemen in besluiten die voor bezwaar en beroep open staan.

Heeft u hier hulp bij nodig? Neem dan contact op met onze, in ambtenarenrecht gespecialiseerde, juristen van REEF geeft raad. Dat kan bij mr. Dennis van den Broek, jurist REEF geeft raad, via telefoonnummer 040 29 46 888 of per e-mail via d.vandenbroek@reefbv.nl. Of bekijk de website van REEF geeft raad.

Terug
Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies.
Bekijk ons cookiebeleid.